fbpx

VAN MANIER A NAAR MANIER B

“kunnen corporates wel samen werken met jonge talenten”

Wie niet vernieuwt, raakt achterop. Grote bedrijven staan dan ook te springen om werknemers die niet alleen specialistische kennis bezitten, maar ook innovatief en creatief zijn. Maar bieden die organisaties ook de uitdagingen die ondernemende talenten zoeken?

Jarenlang lag de focus bij bedrijven vooral op doelmatigheid en productiviteit. Voor zingeving en zelfontplooiing was op de werkvloer weinig ruimte. Maar met ‘meten is weten’ hoef je bij de nieuwe generatie niet aan te komen. Zij zijn op zoek naar uitdagingen op een plek waar ze zich ook persoonlijk kunnen ontwikkelen. Een moderne bedrijfsvoering is minder gericht op productiviteit, hiërarchie en tabellen, maar is gestoeld op het vertrouwen dat werknemers intrinsiek gemotiveerd zijn. En daar hoort bij: meer vrijheid en verantwoordelijkheid om hun werkdagen en werkzaamheden zelf in te vullen. En daar zit de crux. Grote organisaties hebben namelijk vrijwel altijd te maken met hiërarchische structuren en interne regelgeving die deze nieuwe manier van werken bemoeilijken. En bovendien, welke ervaren medewerker die al jaren op manier A werkt, zit er nu te wachten op een pas afgestudeerd groentje dat oppert dat het ook op manier B zou kunnen?

Niet zo gek dat veel jonge talenten na hun studie liever voor zichzelf willen beginnen. Terwijl de bedrijven om hun ondernemingszin en creativiteit staan te springen, worstelen zij met de vraag of ze niet liever eigen baas willen zijn. Als entrepreneur heb je immers alle vrijheid om werkprocessen in te vullen zoals je zelf wil. Je hebt dan niet te maken met managers, teambuildingdagen of collega’s die jou vertellen dat je iets op een bepaalde manier moet doen ‘omdat dat nu eenmaal is zoals het gaat’. Maar hoe romantisch het ook klinkt om eigen baas te zijn, een eigen bedrijf beginnen heeft wel wat meer voeten in de aarde. De cijfers liegen er bovendien niet om. Van de 127.000 ondernemers die jaarlijks voor zichzelf beginnen haakt de helft al binnen vijf jaar af. Ongeveer tweehonderd van die ondernemingen kun je daadwerkelijk als start-up betitelen. En van die tweehonderd blijkt slechts 1 op de 10 uiteindelijk succesvol.

Leonie Ebbes, oprichter van de accelerator Peoplehouse, is niet verbaasd over die cijfers. “Veel jonge talenten gaan direct vanuit de schoolbanken ondernemen. Ze barsten van het enthousiasme en de creativiteit. Toch ontbreekt het hen vaak aan de basiskennis om een onderneming goed op te starten en vervolgens draaiende te houden. Dan denken ze interessante oplossingen te hebben gevonden, maar vergeten ze te valideren of er een probleem aan ten grondslag ligt. Vaak is er überhaupt geen potentiële klant gesproken. Ook worden er in de startfase vaak fouten gemaakt die met de juiste kennis makkelijk voorkomen kunnen worden.” Om die reden koppelt Ebbes jonge, ondernemende talenten aan gevestigde bedrijven die juist op zoek zijn naar zulk soort mensen. Als intrapreneur kunnen zij dan ondernemend aan de slag binnen bestaande organisaties. “De gevestigde orde krijgt zo de creatieve en innovatieve input die ze nodig hebben om overeind te blijven in een snel veranderende markt. En de jonge garde leert zo de kneepjes van het vak. Na twee jaar kan iemand dan met voldoende bagage beslissen of hij of zij wil ondernemen voor zichzelf of binnen een bestaand bedrijf.”

Door jong en oud op die manier aan elkaar te koppelen, worden krachten gebundeld. Er wordt een brug geslagen tussen de gevestigde orde en een nieuwe generatie entrepreneurs en intrapreneurs. Om die brug te bewerkstelligen zullen grote bedrijven zich moeten focussen op kansen in plaats van bedreigingen. En daar hoort bij: ondernemende werknemers de vrijheid en verantwoordelijkheid geven om hun werk op eigen wijze in te vullen. Jonge ondernemende talenten zullen op hun beurt moeten beseffen dat enkel een enthousiast idee geen succesvol bedrijf maakt. En dat een carrière als intrapreneur (ondernemende werknemer binnen een bedrijf) net zo bevredigend kan zijn. Als de gevestigde orde en jonge garde zonder terughoudendheid mét en ván elkaar leren, zal Nederland een kweekvijver van innovatie-experimenten worden. En daar heeft iedereen baat bij.